Welkom op de algemene informatie Pagina

Op deze pagina is non-product gebonden informatie te vinden. Denk daarbij aan algemene voorwaarden en advies.

  • Kijk voor product gebonden info op de desbetreffende product pagina.

  • Lees de informatie goed door als een offerte je naar deze pagina heeft verwezen.

  • Neem gerust contact op bij twijfel.

OPSTOOKPROTOCOL VLOERVERWARMING

Inleiding

Dit informatieblad beschrijft het opstook- en afkoelprotocol voor vloerverwarming in dekvloeren. Het is sterk aan te raden dit protocol meerdere malen uit te voeren voordat een vloerbedekking of vloerafwerking, zoals een gietvloer, PVC, tegels, plavuizen, parket, laminaat, marmoleum, etc. wordt aangebracht.

Begrip “vloerverwarming” in dit protocol

In dit opstook- en afkoelprotocol wordt onder vloerverwarming een warmwaterleidingsysteem verstaan dat in de vloer is opgenomen. De vloerconstructie boven de waterleidingen moet minimaal 25 mm dik zijn om een veilig en gelijkmatig warmteverloop te kunnen garanderen.

Risico op scheurvorming

In dekvloeren met vloerverwarming kan scheurvorming optreden als gevolg van thermische lengteveranderingen in het materiaal. Om het risico op scheuren en onthechting van de vloerafwerking zo klein mogelijk te houden, moet de vloerverwarming langzaam en geleidelijk op temperatuur worden gebracht en vervolgens gecontroleerd weer worden afgekoeld. Het nauwkeurig volgen van het opstook- en afkoelprotocol, zoals beschreven in dit document, is dan ook sterk aanbevolen.

Watertemperatuur van de installatie

Het opstook- en afkoelprotocol voor vloerverwarming is gebaseerd op de watertemperatuur van de verwarmingsinstallatie en niet op de eventuele thermostaattemperatuur in de betreffende ruimte. Het is raadzaam het opwarmproces voort te zetten totdat het water een temperatuur van maximaal 40 °C heeft bereikt. LET OP! Stook niet hoger dan later bij ingebruikname van het gebouw de watertemperatuur zal zijn (bouw een paar graden marge in).

Bijvoorbeeld In een woning wordt de watertemperatuur altijd op 32 °C ingeregeld, hanteer dan het opstookprotocol tot ca 35 °C (32 °C + een paar graden marge). Daarmee voorkom je dat je onnodig hoog gaat stoken en onnodig schade zou toebrengen aan de dekvloer!

Over het algemeen geldt dat de watertemperatuur niet hoger mag zijn dan 40 °C. Sommige installatiebedrijven hanteren een maximale watertemperatuur van 55 °C. Dit leidt tot een verhoogd risico op scheurvorming in de dekvloer en op onthechting van de vloerafwerking. Alleen als het strikt noodzakelijk is, kan een watertemperatuur tot 55 °C worden toegepast. Ga in geen geval hoger dan 55 °C, omdat de kans op schade dan aanzienlijk sterk toeneemt.

Sterkteopbouw van de dekvloer

Voor een veilig verloop van het opstook- en afkoelprotocol is het belangrijk dat de dekvloer zich rond zijn eindsterkte bevindt, voordat men het protocol start.

  • Bij cementgebonden dekvloeren dient men minimaal 28 dagen de vloer te laten drogen alvorens te beginnen met het opwarmen. De vloer heeft deze tijd nodig om sterkte op te bouwen. De chemische uithardingstijd van cement is 28 dagen, pas daarna spreken we over restvochten kan worden gestart met het opstookprotocol.
  • Bij calciumsulfaat gebonden dekvloeren kan door de hogere interne buigtreksterkte, eventueel iets eerder worden gestart met het opstookprotocol. Hoeveel eerder is volledig afhankelijk van de mortelkwaliteit en droogomstandigheden.

Vochtgehalte calciumsulfaatdekvloer

Als vuistregel geldt dat een calciumsulfaat gebonden dekvloer niet meer dan 3 gewichtsprocenten vocht mag bevatten voordat het opstook- en afkoelprotocol wordt gestart. Dit vochtgehalte moet worden gemeten met behulp van een calciumcarbidmeter.

Het belang van de afkoelfase

Scheuren ontstaan doorgaans niet tijdens de opwarmfase, maar juist in de afkoelfase. De afkoelfase is belangrijk, en in de praktijk vaak zelfs belangrijker dan de opwarmfase. Ook tijdens het afkoelen moet het voorgeschreven tempo strikt worden aangehouden om spanning in de dekvloer te beperken.

Stapsgewijs opstook- en afkoelprotocol

Volg voor het opstarten en afbouwen van de vloerverwarming de onderstaande stappen:

  1. Start met een watertemperatuur die 5 °C hoger ligt dan de omgevingstemperatuur van de betreffende ruimte. De watertemperatuur wordt afgelezen op de verwarmingsinstallatie.
  2. Verhoog de watertemperatuur vervolgens iedere 24 uur (of langer) met 5 °C, totdat de praktisch maximale watertemperatuur van 40 °C is bereikt (of lager, indien bij ingebruikname ook lager wordt gestookt).
  3. Houd de maximale watertemperatuur vervolgens minimaal 24 uur stabiel.
  4. Verlaag daarna de watertemperatuur iedere 24 uur met 5 °C, totdat de oorspronkelijke starttemperatuur weer is bereikt.
  5. Wanneer het vloerverwarmingssysteem ook wordt gebruikt voor koeling, is het van belang dat de afkoelcyclus wordt voortgezet totdat de minimale temperatuur op de verwarmings- en koelunit 15 °C bedraagt. Zeker in de zomer bij hoge buitentemperaturen.
  6. Wanneer er voldoende tijd beschikbaar is, wordt geadviseerd deze volledige cyclus meerdere malen te herhalen.
  7. Verstrek dit opstook- en afkoelprotocol bij oplevering aan de eindgebruiker of consument, zodat het ook na een langdurige stilstand van de vloerverwarming op de juiste wijze kan worden toegepast.

Voorbeeld van een opstook- en afkoelschema

Onderstaand schema geeft een voorbeeld van een mogelijke praktische invulling van het opstook- en afkoelprotocol. De genoemde watertemperaturen zijn indicatief en gaan uit van een maximale temperatuur van 35 °C.

  Opstookprotocol   Afkoelprotocol
Dag 1 Watertemperatuur 20°C Dag 6 Watertemperatuur 30°C
Dag 2 Watertemperatuur 25°C Dag 7 Watertemperatuur 25°C
Dag 3 Watertemperatuur 30°C Dag 8 Watertemperatuur 20°C
Dag 4 Watertemperatuur 35°C Dag 9 Watertemperatuur 15°C
Dag 5 Watertemperatuur 35°C Dag 10 Herhalen of beëindigen

Bij voorkeur wordt de volledige procedure opnieuw opgestart en meerdere malen uitgevoerd. Als dit vanwege de beschikbare tijd niet mogelijk is, kan de installatie na afloop van deze cyclus in gebruik worden genomen.

Lage temperatuur vloerverwarming

Ook bij lage temperatuurvloerverwarming wordt geadviseerd om de vloerverwarming op te stoken tot de maximaal voorzien bedrijfstemperatuur van het systeem. Laat het systeem vervolgens een aantal dagen op deze temperatuur functioneren en bouw daarna de temperatuur in stappen van 5 °C weer af.

Met name in de winterperiode kan het temperatuurverschil in de vloer groot zijn, ondanks het feit dat sprake is van lage temperatuurvloerverwarming. Het is daarom ook in dat geval raadzaam om het opstookprotocol volledig te doorlopen. Deze procedure neemt bij lage temperatuursystemen doorgaans minder tijd in beslag dan bij conventionele vloerverwarming.

Ingefreesde vloerverwarming in bestaande dekvloeren

Bij ingefreesde sleuven voor vloerverwarming in bestaande dekvloeren is het uitvoeren van een volledig opstook- en afkoelprotocol in de regel niet noodzakelijk. Let er echter wel op dat bij de eerste ingebruikname van het systeem de vloerverwarming langzaam wordt opgestart, bij voorkeur met stappen van circa 2 à 3 °C per dag. We spreken dan van een opSTARTprotocol in plaats van een opSTOOKprotocol.

Maximale temperatuur aan het vloeroppervlak

De maximale temperatuur aan de top van de dekvloer mag 28 °C bedragen. Indien de oppervlaktetemperatuur hoger is dan 28 °C, moet de watertemperatuur van de installatie naar beneden worden bijgesteld om schade aan de dekvloer en vloerafwerking te voorkomen.

Voorwaarden Pvc & Marmoleum

1. Ruimtelijke Omstandigheden

  • Kamertemperatuur: Tussen 18°C en 22°C.
  • Luchtvochtigheid: Relatieve luchtvochtigheid tussen 40% en 70%.
  • Centrale verwarming: Moet volledig functioneren.
  • Geen tocht: Ramen en deuren gesloten tijdens installatie.

2. Ondergrond (Dekvloer)

  • Vlakheid: Maximaal 5 mm afwijking per 2 meter.
  • Schoon en vetvrij: Ondergrond moet vrij van stof en resten zijn.
  • Vochtpercentages:
    • Cementdekvloer: maximaal 2,0% CM.
    • Anhydrietvloer: maximaal 0,5% CM.
  • Scheurvorming: Geen losse of actieve scheuren.
  • Krimp- en zetscheuren: Kunnen zichtbaar blijven ondanks egalisatie en vallen niet onder garantie.
  • Doortekenen van oneffenheden: Na egalisatie ontstane oneffenheden kunnen zichtbaar worden; dit is geen garantie- of klachtpunt.

3. Vloerverwarming (indien aanwezig)

  • Opstookprotocol: Volledig en correct afgerond vóór egalisatie en leggen. Klant is hiervoor zelf verantwoordelijk.
  • Temperaturen:
    • Tijdens egaliseren en droogtijd (24–36 uur): vloerverwarming niet warmer dan 15°C.
    • Tijdens leggen: omgeving minimaal 18°C, ondervloer minimaal 15°C.
  • Schakelen:
    • Vloerverwarming 24 uur vóór installatie uitschakelen.
    • 48 uur ná installatie geleidelijk weer opstarten.
  • Niet opvolgen van protocol: Eventuele schade of gebreken door verkeerd opstoken vallen niet onder garantie.

4. Vloerkoeling (indien aanwezig)

  • Koeling uit: Eerste maand na leggen volledig uitgeschakeld houden om krimp te voorkomen.

5. Temperaturen en Weersomstandigheden

  • Egaliseren en leggen: Niet mogelijk bij buitentemperaturen boven 25°C.
  • Droogproces egaline: Woning moet op kamertemperatuur blijven; eerste 6–8 uur moet goed geventileerd kunnen worden.
  • Vakantiewoningen: Thermostaten die automatisch uitschakelen moeten tijdelijk overruled kunnen worden. Indien dit niet kan, worden elektrische kachels ingezet en als meerwerk berekend.

6. Situaties met Risico op Vocht

  • Ongeïsoleerde vloeren of woningen zonder kruipruimte: Dit moet vooraf gemeld worden.
  • PVC is niet‑ademend: Kan optrekkend vocht opsluiten.
  • Vochtisolatie: Vochtwerende primer kan worden toegepast, maar vocht kan elders (zoals in muren) problemen veroorzaken. Wij zijn niet aansprakelijk voor vochtproblemen die later ontstaan.

7. Muren & Plafond

  • Stucwerk: Volledig droog, geen donkere plekken.
  • Droogtijd nieuw stucwerk: Minimaal 6 weken, tenzij anders overeengekomen.

8. Planning & Toegankelijkheid

  • Ruimte leeg: Werkruimte volledig leeg en toegankelijk, tenzij anders afgesproken.
  • Verwijderen oude vloer: Moet vooraf gedaan zijn, tenzij anders afgesproken.
  • Vrije doorgang: Monteurs moeten ongehinderd toegang hebben.

9. Onderhoudsvoorschriften

  • Goed onderhoud verlengt de levensduur van de PVC / Marmoleum ‑vloer aanzienlijk.
  • Dagelijks gebruik
    • Vuilopvang: Gebruik een ruime deurmat en vervang deze tijdig.
    • Dweilen: Klamvochtig dweilen, niet nat. Geen Spaanse mop; gebruik bij voorkeur dweilpads (bijv. Leifheit).
  • Reinigen
    • Aanbevolen middelen: Gebruik uitsluitend de middelen van James (starterset inbegrepen). Andere middelen kunnen schade of streepvorming veroorzaken.
    • Extra onderhoud (indien intensief gebruikt): In vakantiewoningen of projectruimtes regelmatig groot onderhoud met schrobmachine en waterzuiger.

10. Kosten & Verantwoordelijkheid

  • Afwijkende omstandigheden: Wanneer bij aankomst blijkt dat voorwaarden niet op orde zijn (bijv. te lage temperatuur, vocht, niet afgerond opstookprotocol), kunnen extra kosten worden gerekend voor wachttijd, extra arbeid of inzet van apparatuur.
  • Planningswijzigingen: Niet‑voldane voorwaarden kunnen leiden tot uitstel van de installatie. Eventuele extra kosten voor een nieuwe afspraak worden doorbelast.
  • Schades door niet‑naleving: Gebreken door het niet volgen van voorwaarden of adviezen vallen niet onder garantie.

11. Akkoord

  • De klant bevestigt dat bovenstaande voorwaarden zijn gelezen, begrepen en volledig zijn nageleefd vóór aanvang van de werkzaamheden.

ALGEMENE VOORWAARDEN

klik voor de volledige algemene voorwaarden op een willekeurige plek in de preview.

GARANTIE VOORWAARDEN

Vloeren

Garantie wordt verleend op verborgen gebreken binnen de genoemde garantietermijn. Indien een klacht onder garantie valt, wordt de vergoeding berekend op basis van afschrijving. Dat wil zeggen dat van elk jaar dat het defect en/of gebrek niet is aangemeld een overeenkomstig deel van de totale garantieperiode komt te vervallen. Bijvoorbeeld, bij een garantieperiode van 7 jaar wordt bij het melden van een klacht na 4 jaar nog 3/7 deel van het aankoopbedrag van het product vergoed.

Garantie wordt verleend wanneer is gelegd volgens de door de leverancier verstrekte leg-instructies en bij normaal gebruik en onderhoud en bij gebruik in de aangegeven ruimtes en gebruikersklasse ( huishoudelijk of projectmatig) door de koper zelf.

Deze garantievoorwaarden zijn een aanvulling en geen uitsluiting van de aan de consument wettelijk toekomende rechten. De garantietermijn gaat in op het moment van aankoop. Er wordt geen vergoeding verleend voor montage of demontagekosten. In geval van toekenning van de garantie zullen defecte vloeren/ vloerdelen worden vervangen. Mocht de betreffende vloer niet meer verkrijgbaar zijn, zal voor een vergelijkbaar en gelijkwaardig alternatief worden gezorgd. De verstrekte garantie heeft uitsluitend betrekking op de geleverde vloerdelen en dus niet op kosten van arbeidsloon, bijkomende materialen en andere vervolgschade. De garantietermijn blijft ongewijzigd in geval van erkenning en het verhelpen van de klacht.

Uitsluitingen:

  • Wanneer defecten en/of gebreken reeds zichtbaar waren of zijn geworden voor of tijdens de montage in een woning of commerciële ruimte en wij niet tijdig op de hoogte zijn gebracht van deze gebreken, waardoor wij niet in staat zijn gesteld om de ontstane situatie of gebreken binnen een redelijke termijn en op redelijke wijze te kunnen oplossen.
  • Defecten en/of gebreken die zijn ontstaan door vocht- en/of waterschade dan wel andere oorzaken als gevolg van overmacht.
  • Defecten en/of gebreken die zijn ontstaan door oneigenlijk gebruik, onzorgvuldig handelen en/of gebruik voor een ander doel dan waarvoor de producten bestemd zijn, alsmede het niet of onvolledig naleven van de gebruiks- en/of onderhoudsinstructies.
  • Optische gebreken ontstaan door het vervormen van vloerdelen door veranderende klimaatomstandigheden zoals droogte of vocht, in geval van kleurverschillen onder invloed van o.a. zonlicht, chemicaliën, kleurstoffen, rubber poten of deurmatten, stoomreinigers en de gevolgen van normale verouderings- en/of slijtageverschijnselen van de afwerklaag.
  • Schade veroorzaakt door onbeschermde meubelpoten of druk van zware, scherpe voorwerpen.

Raambekleding

Garantie wordt verleend op verborgen gebreken binnen de genoemde garantietermijn. Indien een klacht onder garantie valt, wordt de vergoeding berekend op basis van afschrijving. Dat wil zeggen dat van elk jaar dat het defect en/of gebrek niet is aangemeld een overeenkomstig deel van de totale garantieperiode komt te vervallen. Bijvoorbeeld, bij een garantieperiode van 7 jaar wordt bij het melden van een klacht na 4 jaar nog 3/7 deel van het aankoopbedrag van het product vergoed.

Garantie wordt verleend wanneer is geleverd en/of gemonteerd volgens de door de leverancier verstrekte instructies en bij normaal gebruik en onderhoud door de koper zelf.

Deze garantievoorwaarden zijn een aanvulling en geen uitsluiting van de aan de consument wettelijk toekomende rechten. De garantie gaat in op het moment van aankoop. Er wordt geen vergoeding verleend voor montage of demontagekosten. In geval van toekenning van de garantie zullen defecte onderdelen en/of producten worden vervangen. Mocht het betreffende product niet meer verkrijgbaar zijn, zal voor een vergelijkbaar en gelijkwaardig alternatief worden gezorgd. De verstrekte garantie heeft uitsluitend betrekking op de geleverde producten en dus niet op kosten van arbeidsloon, bijkomende materialen en andere vervolgschade. De garantietermijn blijft ongewijzigd in geval van erkenning en het verhelpen van de klacht.

Uitsluitingen:

  • Wanneer defecten en/of gebreken reeds zichtbaar waren of zijn geworden voor of tijdens de montage in een woning of commerciële ruimte en wij niet tijdig op de hoogte zijn gebracht van deze gebreken, waardoor wij niet in staat zijn gesteld om de ontstane situatie of gebreken binnen een redelijke termijn en op redelijke wijze te kunnen oplossen.
  • Defecten en/of gebreken die zijn ontstaan door vocht- en/of waterschade dan wel andere oorzaken als gevolg van overmacht.
  • Defecten en/of gebreken die zijn ontstaan door oneigenlijk gebruik, onzorgvuldig handelen en/of gebruik voor een ander doel dan waarvoor de producten bestemd zijn, alsmede het niet of onvolledig naleven van de gebruiks- en/of onderhoudsinstructies.
  • Optische gebreken ontstaan door veranderende klimaatomstandigheden zoals droogte of vocht, kleurverschillen onder invloed van zonlicht en de gevolgen van normale verouderings- en/of slijtageverschijnselen. Alles verkleurt onder invloed van (in)direct zonlicht (UV-invloed). Textiele raambekleding kan onder invloed van licht “verteren”. Dit is niet te voorkomen en valt daarom niet onder de garantie.

Onderhouds- en reinigingsadvies gordijnen

Plissé & Duettes

Koorden

Niet alle Plissé & Duette® shades stoffen hebben een bijpassend kleurkoord. Je kan ten alle tijden navragen welke kleur koord bij het product hoort. Bij een afwijkende keuze van een kleur profiel, wordt niet automatisch de kleur van het bedieningskoord aangepast. De kleur van het bedieningskoord is altijd gerelateerd aan de kleur van de stof.

Kleur- en patroonafwijking

Geringe kleur- en patroonafwijking ten opzichte van de kleurstalen in het collectieboek is mogelijk. Indien er twee producten naast elkaar hangen, worden de stoffen nooit op patroon geleverd.

Vormvastheid: rek- en krimptolerantie

Door vochtigheid en temperatuurschommelingen kunnen er lichte spanningen in de stof ontstaan. Deze kunnen ook weer wegtrekken. Polyester is een synthetische vezel en nagenoeg krimpvrij (<1%). Polyester heeft een zeer kleine kans op krimp, waardoor mogelijke een lichte twist in het doek kan ontstaan. Let op: Bij het Plissé kan de plooi uitzakken. Wij adviseren het product in ieder geval 1 x per maand minimaal 8 uur omhoog te halen.

Thermische Glasbereuk

DE BREUK ZONDER ZICHTBARE OORZAAK.

Wat is een thermische breuk? Een thermische breuk is een breuk veroorzaakt door warmte verschil in het glas. Deze zit in 99% van de gevallen aan de binnenkant in binnenste ruit; veroorzaakt door een warmte bron van buiten af.

Hoe herkent u een thermische breuk? Een thermische breuk begint vaak aan de rand van het glas en loopt in loodrecht naar de zone waar de kou of warmte zich bevindt. Op dat punt verandert de breuk van richting, waarna deze op een onregelmatige wijze verder loopt. Door de specifieke kenmerken is een thermische breuk makkelijk te onderscheiden van een ‘normale’ breuk.

In welke tijd van het jaar komt dit voor? Thermische breuken ontstaan vooral aan het einde van de herfst, in de winter en aan het begin van de lente. Maar ook hartje zomer kun je zomaar te maken krijgen met een thermische breuk in het isolatieglas. Zonder zichtbare oorzaken kan een glasplaat breken. In de herfst en lente is de buitenlucht vaak nog erg koud, terwijl de zonkracht wel groot genoeg kan zijn om het glas lokaal behoorlijk te verwarmen. In de zomer is het juist regelmatig erg heet buiten (zeker als de zon direct op het glas schijnt), waarna een lokale afkoeling zorgt voor spanning op de ruit. Thermische breuken ontstaan juist door deze temperatuurverschillen in het oppervlak van het glas.

Waarom juist in glas? Glas is een slechte warmtegeleider in tegenstelling tot veel andere materialen, zoals metaal. Als bijvoorbeeld de zon of een verwarming/kachel een glasplaat plaatselijk verwarmt, wordt deze warmte slecht weggevoerd of gelijkmatig verdeeld.

Wat is de oorzaak van een thermische breuk? Er zijn een aantal zaken die kunnen zorgen voor een thermische breuk.

  • Er is geen gehard glas gebruikt. Gehard glas is speciaal thermisch behandeld waardoor deze bestand is tegen veel grotere temperatuurverschillen en nauwelijks gevoelig is voor een thermische breuk.
  • Beschadiging glasplaatrand. Niet met blote oog zichtbaar, zit achter glaslat. Bij deze zwakke plek ontstaat scheur.
  • Slagschaduw. Het ene deel van het glas wordt door de zon verwarmd, een ander deel niet. Bijvoorbeeld door balkon of luifel.
  • Er staat een groot voorwerp dicht tegen het glas.
  • Er is een sterk warmte-isolerend zonwering product dicht tegen de beglazing geplaatst.
  • Er is plakfolie toegepast of het glas is beschilderd.
  • Verwarmingselementen zijn heel dicht tegen de beglazing geplaatst.

Hoe voorkom je een thermische breuk? Kies voor gehard glas. Kies je niet voor gehard glas: besef je dan dat er een thermische breuk kan ontstaan. Realiseer je dat bij een keuze voor raamdecoratie of gordijnen dat een gecoate verduisteringsstof de warmte meer zal doen toenemen dan een ventilerende stof. Wanneer een raam zich op het zuiden begeeft zal dit verschil nog verder toenemen. Hoe groter de afstand van het raam, hoe minder warm het wordt. Een scala® of Silva® horizontale jaloezie ventileert veel beter dan Iso Plissé®, een duo-tone plissé ventileert beter dan een fulltone plissé. Twijfel je, kies dan bijvoorbeeld voor een jaloezie in combinatie met gordijnen.

Wie kan je bij een thermische breuk aansprakelijk stellen? Omdat een thermische breuk niet ontstaat door een productie- of montagefout, maar door een natuurverschijnsel, valt dit niet onder de garantie. Mogelijk kun je aanspraak doen op je glasverzekering. Overige leveranciers van o.a. bankstel, radiator of raamdecoratie zijn hier ook geen partij.

Hoe vaak komt dit eigenlijk voor? Zelden tot nooit. Maar als het voorkomt dan is het fijn om te weten hoe het zit.